Voorbeeld BSO fris ingerichte hoek

Een praktijkvoorbeeld vanuit de BSO

Door Christine ten Kate

In het BSO team van groep De Rakkers bespreken Hans, Tessa en Irene de jaarlijkse groepsobservatie. Ze concluderen dat een aantal kinderen weinig speelt. Ze hangen rond, willen het liefst alleen maar gamen en verstoren met hun ‘hang’ gedrag het spel van andere kinderen.

Als leidinggevende Carola vraagt wat ze al geprobeerd hebben om deze kinderen te boeien en te betrekken valt het wat stil. ‘We bieden gewoon onze activiteiten aan en soms doen ze mee en soms niet���. Carola vraag Hans, Tessa en Irene om alle drie voor 1 kind iets te bedenken waardoor dit kind uitgenodigd wordt tot intens en betrokken spel. Hans kiest Peter, Tessa kiest Laura en Irene kiest Gert.
Carola geeft het team een artikel waarin wordt uitgelegd dat het voor de ontwikkeling van de kinderen heel belangrijk is dat ze geconcentreerd of zo als Elly Singer het noemt betrokken spelen.
Pas dan leren kinderen iets van hun ervaringen “speels betrokken leren”. Het BSO team is enthousiast geworden van de uitleg in het artikel waarin wordt verteld dat de basishouding van de pedagogisch medewerker hier van invloed op is. Het BSO team vindt het inspirerend dat je als pedagogische medewerker zelf op het “speels betrokken leren van kinderen” een positieve invloed kan hebben:

  • Wanneer de pedagogisch medewerker rustig en beschikbaar is en dus niet rondloopt bevordert dat het geconcentreerd en betrokken spelen;
  • Als de pedagogisch medewerker meespeelt heeft dat een positief effect op de taal en cognitieve ontwikkeling van het kind (CoRe onderzoek)
  • Als de pedagogisch medewerker fris ingerichte hoeken of nieuw uitdagend spelmateriaal inbrengt geeft dat een impuls tot betrokken spel.

(Klik als je meer wilt lezen over “ Speels betrokken leren” en de basishouding van de pedagogisch medewerker )

De vraag waar ze mee aan de slag gaan is: wat moet ik doen of aanbieden om dit kind/deze kinderen te verleiden tot intens en betrokken spel.

Hans, Tessa en Irene bespreken met elkaar hoe ze dit gaan aanpakken. Carola stelt een budget van 5 euro per gekozen kind beschikbaar.
Ze komen tot de conclusie dat observeren en in gesprek gaan met deze kinderen stap 1 moet zijn. Ze moeten gaan ontdekken waar de interesses van deze kinderen liggen. Pas daarna kunnen ze een plan maken.
Ze spreken af om over een week verder te praten en elkaar te helpen een plan te maken en/of een goed idee te verzinnen.

In dit plan dat iedere pm-er maakt staat wat de pm-er gaat en bieden maar ook op welke wijze:

  • De pm-er helpt het kind zo nodig op weg door eerst mee te spelen.
  • De pm-er is in ieder geval nabij en beschikbaar.
  • De pm-er voegt kleine uitbreidingen toe aan het spel van het kind als dit de concentratie van het spel verlengd;
  • We sturen alleen waar nodig bij, zonder de andere kinderen te storen.
  • Het initiatief ligt bij het kind.
  • De andere collega doet op dat moment de organisatorische en alle verzorgende activiteiten.

Wat hopen ze te bereiken met hun interventie?

  • De drie gekozen kinderen gaan betrokken spelen met het aangeboden materiaal.
  • Doordat we de kinderen echt zien en hierdoor kunnen aansluiten bij hun interesse en ontwikkeling voelen deze kinderen zich ook gezien. Het versterkt de band tussen kind en pm-er.
  • Doordat deze kinderen spelen verstoren ze andere kinderen minder, hierdoor zijn er minder conflictjes.
  • De andere kinderen ‘liften’ mee en zullen aansluiten bij de aangeboden activiteit/het spelen met het materiaal. De spelbetrokkenheid van een groepje wordt verhoogd.
  • Het aandachtig kijken naar de kinderen helpt ons om met ons handelen beter aan te sluiten bij de belevingswereld en interesse van alle kinderen;
  • Een leuke bijkomstigheid is dat we bij de overdracht aan ouders veel meer kunnen vertellen over speel ervaringen van hun kind.

Om het effect van hun interventie te meten en om zicht te krijgen op de spelbetrokkenheid voor de interventie en na de interventie gaan de pm-ers de spelbetrokkenheid meten met de schalen van betrokkenheid van Laevers
Ze beginnen met een 0-meting. Carola vraagt de pm-ers de gekozen kinderen 5 minuten te filmen. Vervolgens kijken ze samen naar de beelden en vullen ze de lijst voor de 3 kinderen in.

Planning:
Hans, Tessa en Irene plannen alle drie een middag om hun materiaal aan te bieden en het spel eventueel op gang te brengen.

Extra afspraken:
Het team maakt verder de volgende afspraken en bespreekt hun acties:

  • Ze bespreken met elkaar welke taken je wel en niet kunt uitvoeren als je de materialen/de activiteit aanbiedt en beschikbaar moet zijn: De andere kinderen in de ruimte ‘in de gaten houden’ en zo nodig ondersteunen of corrigeren kan in principe wel, als dit te verstorend is moet er een seintje aan de collega gegeven worden. De telefoon aannemen kan niet…..
  • In de nieuwsbrief voor ouders schrijven ze een stukje over hun praktijkonderzoek. Ouders reageren enthousiast .
  • Ze spreken af dat mee spelen of spelmateriaal aanbieden op zo’n manier gebeurt dat ze het spel van de kinderen niet over nemen.
  • Hans, Tessa en Irene plannen meerder middagen in om met het materiaal aan de slag te kunnen gaan als dat wenselijk is.
  • Hans, Tessa en Irene gaan aan de slag.
  • Hans kiest na zijn observatie en gesprekjes met Peter voor activiteiten rondom een fiets. Hij haalt bij een fietsenzaak wat bandenplakspullen en maakt een afspraak over het mogen slopen van onderdelen van afgedankte fietsen. Op het plein zet hij en werkbank, gereedschap, een afgedankte fiets, een emmer water en de plakspullen neer. Hij vraagt Peter of hij hem wil helpen een band te plakken.
  • Tessa kiest na haar observatie en gesprekjes met Laura voor iets creatiefs zonder dat dit te ‘zoet’ is. Ze wordt door het fietsenplan van Hans op een idee gebracht. Van oude fietsbanden kun je van alles maken. De fietsenwinkel heeft een container vol dus materiaal genoeg. In de bibliotheek en op internet zoekt ze voorbeelden van leuke kettingen, plantenhangers, enz… Ze vraagt Laura te helpen een activiteit voor te bereiden waarin de groep kan werken met rubber.Irene kiest na haar observatie en gesprek met Gert voor mode ontwerpen. Ze regelt 2 naaimachines, vraagt ouders om lappen stof en koopt op de markt wat lapjes. Na wat oefenen op de naaimachine kunnen de kinderen een ontwerp maken voor een applicatie op een T-shirt of zelf een andere naaiactiviteit bedenken.

Na twee weken een aantal keer met de kinderen aan de slag te zijn geweest gaat het team conclusies trekken:

Wat was het effect?

  • Door deze kinderen te observeren, met ze in gesprek te gaan en samen met deze kinderen aan de slag te gaan ervaren alle pm-ers een andere relatie met deze kinderen. Dit ervaren alle pm-ers als buitengewoon prettig. Er is meer contact, meer uitwisseling en meer plezier.
  • Door vernieuwende activiteiten aan te bieden gebeurt er iets in de hele groep. Doordat een aantal kinderen intensief bezig is, is er meer rust voor de andere kinderen.
  • De spelbetrokkenheid van de drie gemeten kinderen is duidelijk vergroot. Wat wel grappig is, is dat Peter het werken met rubber interessanter vindt dan het knutselen aan de fiets. Hans is nu druk met een ‘pimp je fiets’ project waar veel kinderen aan mee gaan doen in de volgende school vakantie.

Wat levert het de kinderen op?

  • Hogere spelbetrokkenheid, meer basis veiligheid, meer contact, minder conflicten. Dit is weer gemeten door de kinderen weer te filmen en de schalen van Leavers weer te gebruiken.

Wat levert het de pedagogisch medewerker op?

  • Genieten van de kinderen, oog hebben voor de interesse en de ontwikkeling van de kinderen, meer kunnen vertellen over het kind aan de ouders.

Wat moet worden bijgesteld?

  • Er moet een plek gezocht worden waar ook binnen gewerkt kan worden met de fietsen.
  • Er moet een naaimachine extra komen, kinderen moeten te lang wachten.

Tweede ronde

  • Het team kiest er voor om deze werkwijze te herhalen. Door in besprek te gaan met de kinderen en goed te observeren worden er nieuwe ideeën gelanceerd. Kinderen denken en kiezen mee. Ook worden de kinderen betrokken bij de voorbereiding.

Conclusies:

  • De spelbetrokkenheid van de kinderen is verhoogd. Ze zijn veel vaker en langer betrokken aan het spelen.
  • De groep is hechter geworden door het samen werken, samen spelen en samen organiseren
  • De band tussen pm-ers en kinderen is veranderd. Er is meer gelijkwaardigheid, meer contact en meer plezier.
  • Kinderen gaan met meer plezier naar de BSO, ze genieten van de activiteiten en van het feit dat ze gezien en gehoord worden.
  • Er zijn minder conflictjes tussen de kinderen op de groep;
  • Het team is hechter geworden. Door samen te werken aan een hogere spelbetrokkenheid is er meer afstemming en meer verbondenheid. Dit zorgt voor een nog prettiger samenwerking.
  • Ouders zijn enthousiast over het aanbod en zien dat hun kinderen met plezier naar de BSO gaan.
  • De overdracht naar ouders is inhoudelijk rijker geworden. De tevredenheid van ouders is vergroot

Aanbevelingen:

Deze werkwijze op meer groepen gaan invoeren en met elkaar afspreken hoe we deze werkwijze onderdeel laten zijn van ons dagelijks werkwijze met de kinderen.