Spelen mag!

Ervaring praktijkonderzoek spelbetrokkenheid Kinderopvang 2Samen, Den Haag

 

Door: Judith Maas en Marieke Bosma
Mei 2015

Vanaf het begin van de oprichting van de actieve groep praktijkonderzoekers, eind 2011, heeft Kinderopvang 2Samen deelgenomen. Wij hebben interesse in praktijkonderzoek en vinden een goede spelbetrokkenheid van de kinderen belangrijk.

Bij 2Samen zijn we klein begonnen, op één groep. Nu, jaren later, zijn we blijvend enthousiast en heeft het praktijkonderzoek zich over meerdere centra als een olievlek door de organisatie verspreid. Dit proces is gestaag, rustig en op vrijwillige basis verlopen. Hoe meer groepen er mee deden, hoe enthousiaster men werd. Voor de leidinggevenden van kindercentra zijn er enkele informatieve bijeenkomsten georganiseerd en is een hand-out gemaakt over spelbetrokkenheid.

Kindercentra van 2Samen kunnen begeleidingstrajecten voor het praktijkonderzoek spelbetrokkenheid aanvragen bij de stafpedagogen. Deze begeleiding wordt samen met de leidinggevende van het kindercentrum gedaan. Een traject duurt ongeveer 8 weken en bestaat uit:

  • Een kick-off bijeenkomst van 1,5 uur. Pedagogisch medewerkers scoren fragmenten van spelende kinderen op spelbetrokkenheid. De doelstelling wordt toegelicht en de onderzoeksvraag geformuleerd. De pedagogisch medewerkers krijgen een mapje voor op de groep.
  • Een reflectief tussengesprek van 1 uur met beide pedagogisch medewerkers samen van de groep. Wat zijn hun ervaringen? Wat hebben ze geobserveerd? Welke effecten zagen ze? Er kan met foto’s worden gedocumenteerd en met filmpjes worden gewerkt.
  • Een praktijkbezoek van de stafpedagoog op de groep, gericht op spel.
  • Een reflectief eindgesprek van 1 uur met de pedagogisch medewerkers van de groep. Hun ervaringen worden weer besproken en hoe zij verder willen gaan. Meestal wil men doorgaan en spelbetrokkenheid structureel op de agenda te zetten in een teamoverleg. Er kan een vervolgbezoek worden afgesproken met de stafpedagoog.
  • De stafpedagoog maakt de verslagen van de gesprekken met de pedagogisch werkers.

De kernbegrippen in dit praktijkonderzoek zijn de nabijheid en beschikbaarheid van de pedagogisch medewerker. Pedagogisch medewerkers die meedoen aan het praktijkonderzoek, gaan per groep afwisselend 2 keer per week ongeveer 20 minuten bij het spel van de kinderen zitten op de grond, waarbij ze actief observeren en meespelen. Zij kijken welke effecten dit heeft op de spelbetrokkenheid van de kinderen. Daarnaast worden de pedagogisch medewerkers gestimuleerd om zelf een vraag te formuleren, gericht op hun eigen spelinteresse. Bijvoorbeeld:

  • Hoe sluit ik aan op de eigen inbreng van kinderen in hun spel in de huishoek?
  • Hoe kan ik een verlegen kind beter laten meespelen?
  • Welk sociaal gedrag zie ik als de kinderen met elkaar spelen?

Door pedagogisch medewerkers wordt vaak aangegeven dat zij het prettig vinden dat spelen meer waardering krijgt in de organisatie. Spelen mag! Ook is een grote winst dat pedagogisch medewerkers beter observeren en daardoor beter aansluiten op het spel van de kinderen. Het begeleidingstraject is persoonlijk, het levert veel op en kost naar verhouding weinig extra tijd. Vaak nemen op een kindercentrum meerdere groepen achter elkaar deel. Zo blijft het onderwerp spelbetrokkenheid gedurende een langere tijd op een kindercentrum centraal staan.

 

Citaten van pedagogisch medewerkers:

  • Het is leuk om als pedagogisch medewerker het spel goed te kunnen observeren.
  • Je ziet meer van het spelverloop, in plaats van dat je losse spelfragmenten
  • Ik zie dat de kinderen met de babypop naspelen, hoe wij met ze omgaan. Je hoort jezelf praten.
  • Er is meer rust op de groep gekomen. We lopen minder heen-en-weer.